
Een veilige speelomgeving is essentieel. Om te bepalen of een ondergrond voldoende valdemping biedt, kijken we naar de Europese EN 1177 norm. Deze norm beschrijft twee specifieke meetmethodes voor het uitvoeren van HIC (Head Injury Criterion) metingen. In dit artikel zoomen we dieper in op deze methodes en de rol van de Gmax waarde.
De eerste methode uit de EN 1177 norm wordt gebruikt om de exacte kritieke valhoogte van de ondergrond te berekenen. Dit is een nauwkeurige manier om vast te stellen tot welke hoogte de ondergrond veilig is.
Om de kritieke valhoogte te bepalen, moet je ten minste 4 HIC metingen uitvoeren in één sessie. Voor een betrouwbaar resultaat moet je zorgen voor een goede spreiding in de valhoogtes. Idealiter liggen twee van deze metingen boven een HIC waarde van 1000.
Belangrijk: Dat de HIC waarde tijdens het testen boven de 1000 uitkomt, betekent niet direct dat de ondergrond is afgekeurd. Deze data is namelijk nodig om een kromme (grafiek) te berekenen. Uit deze kromme kun je vervolgens aflezen wat de daadwerkelijke kritieke valhoogte van de ondergrond is (het punt waar de lijn de 1000 HIC raakt).
Zodra je de kritieke valhoogte van de ondergrond hebt berekend, vergelijk je deze met het certificaat van het speeltoestel:
Op het certificaat staat de maximale valhoogte van het toestel.
Is de kritieke valhoogte van de ondergrond hoger dan de valhoogte van het toestel? Dan is de ondergrond veilig en goedgekeurd.
Sinds de aanpassing van de norm in 2018 is niet alleen de HIC waarde leidend. Ook de impact, uitgedrukt in Gmax, is van groot belang.
Met dezelfde metingen wordt ook een valhoogte berekend op basis van een Gmax waarde van 200. De regel is simpel: de laagste kritieke valhoogte is leidend.
Meestal wordt de limiet bepaald door de HIC waarde.
Bij hele harde of stugge ondergronden kan de Gmax waarde (200) echter eerder bereikt worden dan de HIC limiet (1000). In dat geval bepaalt de Gmax de maximale valhoogte.
(Plaats hier de grafiek ter uitleg en geef deze de Alt-tekst: "Grafiek verhouding tussen HIC waarde, Gmax en kritieke valhoogte")
Methode 2 is ontwikkeld om snel en efficiënt te controleren of een bestaande ondergrond nog veilig genoeg is. Dit wordt vaak gedaan bij periodieke inspecties van speeltuinen.
Bij deze methode draai je de redenering om. Je weet welk toestel er staat en wat de bijbehorende valhoogte is (te vinden op het certificaat of typeplaatje).
Neem de valhoogte van het toestel.
Tel hier 10% veiligheidsmarge bij op.
Laat de HIC meter vanaf deze berekende hoogte vallen.
De uitslag: Blijft de HIC waarde onder de 1000 én de Gmax waarde onder de 200? Dan voldoet de ondergrond aan de eisen en is de speeltuin veilig voor gebruik.
Haal meer uit jouw sport- of speelomgeving met draadloze metingen. Inspecties gaan sneller en geven duidelijke inzichten, zonder gedoe met kabels.